Kennisbank

Kijk uit met te veel toetsen – minder is vaak meer

Door Jaap Brunnekreef, adviseur leren & toetsen én trainer bij Teelen

Bij Teelen hebben we oog voor goede toetsen. We ontwikkelen ze graag en we ontwikkelen ze graag goed. 

Onlangs vertelde een docent economie tijdens een training dat de school in de bovenbouw moeite had om de bezetting rond te krijgen. Daarom besloot de vakgroep het aantal schoolexamens in het laatste jaar terug te brengen van vier naar twee. Na een half jaar kregen de leerlingen hun eerste toets. En wat bleek? Die was nog nooit zó goed gemaakt. Dat zette de docenten aan het denken. En mij ook. Hoe kan het dat leerlingen beter presteren als ze minder vaak worden getoetst? In deze blog duik ik in het fenomeen ‘te veel toetsen’ en wat dat doet met prestaties. 

Drie functies van toetsen

Laat ik beginnen met de drie functies van toetsen, de selectie-, de evaluatie- en de onderwijsleerfunctie. Allereerst is er de selectiefunctie, ook wel summatieve functie genoemd. De uitkomsten van een toets worden gebruikt voor selectie en besluitvorming, bijvoorbeeld om te bepalen of een kandidaat slaagt of doorstroomt.  

Daarnaast is er de evaluatieve functie van toetsen. Met de inzichten uit toetsen kunnen docenten hun onderwijs analyseren en gericht bijsturen waar dat nodig is.  

Tot slot kan een toets ook een onderwijsleerfunctie hebben, ook wel de formatieve functie genoemd. Door toetsen (of onderdelen daarvan) in te zetten als tussentijdse feedbackmomenten, krijgt de kandidaat inzicht in de voortgang: welke onderdelen beheers ik al goed en waar moet ik nog extra aandacht aan besteden? 

Positieve effecten van toetsen

Een toets is een uiterst nuttig instrument om te bepalen of een leerlingen de leerdoelen beheerst. Dit is niet alleen nuttig voor de leerling zelf, omdat hij inzicht krijgt in zijn eigen niveau en voortgang, maar ook voor de docent. De docent kan met behulp van de toetsresultaten beter bepalen welke leerdoelen de groep beheerst en welke leerdoelen nog extra uitleg en oefening nodig hebben.  

Naast dat je goed kunt selecteren met toetsen (de selectieve functie), heeft het afnemen van een toets een interessant positief effect op het leren. Onderzoek laat namelijk zien dat kandidaten de leerstof beter onthouden wanneer zij na het leren een toets moeten maken [1]. Het afnemen van een toets is daarmee een effectieve strategie om het leerproces te versterken. Kijk echter uit met het te veel gebruik maken van dit effect, want dan werkt het niet meer.

Negatieve effecten van te veel toetsen

Op veel scholen in het voortgezet onderwijs worden heel veel summatieve toetsen afgenomen. Voor veel leerlingen voelt het schooljaar als een aaneenschakeling van toetsen. De ene toets is nauwelijks afgerond, of de volgende dient zich alweer aan. Deze leerlingen gaan echt niet harder leren omdat er aan het eind van de rit (weer) een summatieve toets voor hen gepland staat.  

De negatieve effecten van de summatieve toets zijn behoorlijk groot. De leerlingen ervaren meer stress en prestatiedruk en ze ontwikkelen minder intrinsieke motivatie [2]. Daarnaast is er weinig ruimte om te herstellen of te reflecteren. De onderwijsraad geeft dan ook aan dat te veel toetsen ten koste gaat van het welzijn van leerlingen [3].

Docenten

Niet alleen leerlingen ondervinden negatieve gevolgen van een overmaat aan toetsen, ook docenten ervaren deze impact. De tijd die zij besteden aan het nakijken neemt toe en de focus verschuift van begeleiden naar beoordelen, waardoor er minder ruimte overblijft voor feedback die écht bijdraagt aan het leerproces. Terwijl juist die persoonlijke begeleiding het verschil kan maken in de ontwikkeling van leerlingen.  

Balans tussen leren en presteren

Dominique Sluijsmans verwoordt het treffend in één van haar blogs: het draait om de balans tussen leren en presteren. Wanneer die balans verstoord raakt, verschuift de focus van leren naar presteren, met alle nadelige gevolgen van dien [4]. 

Ook de Onderwijsraad onderstreept deze visie in het recent verschenen rapport [5]. De raad adviseert scholen om slechts een klein deel van de toetsen in te zetten voor selectiedoeleinden en het merendeel te gebruiken ter ondersteuning van het leerproces. In de praktijk betekent dit meer ruimte voor formatieve momenten, aangevuld met een summatieve toets aan het einde van een periode, om het bereikte niveau vast te stellen.  

Bij een overmaat aan toetsen gaan leerlingen vaker “stampen” in plaats van echt begrijpen, vergeten ze de stof sneller na de toets en missen ze vaak het overzicht en de samenhang.  

In mijn trainingen zeg ik dan ook altijd: “De leerlingen moeten er last van krijgen dat ze de leerdoelen niet beheersen. En die last moeten ze niet pas op het einde hebben. Dan is het te laat.”  

Kijk uit met te weinig toetsen

Aan de andere kant is te weinig toetsen ook een risico. Als in het voorbeeld van de economie docent, alle docenten nog maar twee (of zelfs minder) toetsen per jaar gaan afnemen, dan komt er enorm veel druk op die paar toetsen te liggen. Met alle negatieve gevolgen van dien zoals de Onderwijsraad aangeeft [3]. Het is dus een precair evenwicht tussen te weinig en te veel toetsen. Misschien moeten scholen daarom vaker hun leerling bevragen hoe zij de toetsdruk ervaren, om hier gericht op te kunnen sturen.  

Aan welke knoppen kun je nog meer draaien om de toetsdruk te verlagen?

Naast de manier van toetsen, speelt ook het toetsprogramma een belangrijke rol bij het verlagen van de toetsdruk. Belangrijke vragen daarbij zijn: met welke toetsvormen kunnen leerdoelen het beste worden aangetoond? En hoeveel toetsmomenten zijn er eigenlijk nodig om een betrouwbaar beeld van de leerling te krijgen? Met andere woorden: wanneer leveren extra toetsmomenten geen aanvullende informatie meer op (saturatie).  

Daarnaast is het belangrijk om bij het ontwerpen van het toetsprogramma bewust te kiezen voor een variatie in toetsvormen. Beperk je niet tot schriftelijke toetsen, maar maak ook gebruik van praktijkopdrachten als toetsvorm. Denk hierbij aan presentaties, projecten en samenwerkingsopdrachten of het geven van een workshop aan medeleerlingen (tip voor het vak wiskunde). Juist de praktijkopdrachten zorgen vaak voor meer betrokkenheid, motivatie en energie bij leerlingen.  

Tot slot geeft het toetsprogramma ook de mogelijkheid om de balans van het totale programma te kunnen inzien. In het voorbeeld van de economiedocent betekent dit dat niet één vak een onevenredig groot gewicht krijgt door minder te toetsen. De toets voor economie telt dan verhoudingsgewijs veel meer mee dan de zes toetsen bij biologie. Leerlingen zullen in zo’n geval geneigd zijn hun aandacht te richten op de toets van economie, dat weer ten koste gaat van de andere vakken. 

Het is daarom belangrijk dat alle vakken kritisch blijven kijken naar de hoeveelheid toetsen. Het vastleggen van duidelijke richtlijnen hierover in het toetsbeleid van de school helpt om die balans te bewaken. 

Samenvattend

Wees terughoudend met het aantal toetsen. Toetsen zijn een middel om inzicht te krijgen in de mate waarin leerlingen de leerdoelen beheersen, en geen doel op zich. En zeker geen instrument om leerlingen simpelweg aan het werk te zetten.  

Onderwijs draait in de kern om groei, ontwikkeling en inzicht. Daarom verdient de onderwijsleerfunctie van toetsen meer aandacht. Bouw bewust voldoende formatieve momenten in: momenten waarop leerlingen kunnen leren van feedback, zonder dat het direct draait om een cijfer. 

Laten we daarom kritisch blijven kijken naar hoe én hoe vaak we toetsen inzetten. Want soms geldt ook in het onderwijs: minder toetsen, meer leren. 

Wil je meer weten over het maken van goede toetsen en hoe je die doordacht in je toetsprogramma (PTA) of je curriculum inbouwt? Volg dan één van onze trainingen.  

Literatuur

[1] Roediger, H. L., & Karpicke, J. D. (2006). The power of testing memory: Basic research and implications for educational practice. Perspectives on Psychological Science, 1(2), 181-210. https://doi.org/10.1111/j.1745-6916.2006.00012.x 

[2] Muth, J & Lüftenegger, M. (2025). Teaching to the test: Unraveling the consequences for student motivation. Learning and Individual Differences. Volume 121, July 2025, 102707. https://doi.org/10.1016/j.lindif.2025.102707 

[3] Onderwijsraad (2026b). Kijk anders naar toetsing. Den Haag: Onderwijsraad. 

[4] Briceño, E. (2023). The performance paradox: Turning the power of mindset into action. Ballantine Books. 

[5] Onderwijsraad (2026a). Welzijn en onderwijs. Den Haag: Onderwijsraad. 

 

Ga naar de inhoud