Hoe helpt de taxonomie van Bloom om betere toetsvragen te maken?
Als docent of toetsconstructeur herken je het vast: je wilt dat je toetsen perfect aansluiten bij de lesstof, maar hoe breng je daar nu echt structuur in aan? De taxonomie van Bloom is het meest gebruikte instrument om leerdoelen in je toets te ordenen en de kwaliteit van je toets te verhogen. In dit artikel leggen we je uit hoe je deze taxonomie slim inzet in jouw toetspraktijk.
Wat is de taxonomie van Bloom?
De taxonomie van Bloom is de oudste en meest bekende methode om toetstermen (leerdoelen in je toets) te ordenen. In 2001 is de oorspronkelijke versie aangepast door Anderson, Krathwohl en Mayer naar wat we nu de gereviseerde taxonomie van Bloom noemen. Het model beschrijft verschillende soorten ‘leergedrag’ op basis van cognitieve complexiteit.
Cognitieve complexiteit verwijst naar de mate van denkactiviteit die een leerling of student moet inzetten om een taak of vraagstuk op te lossen. Hoe meer denkstappen nodig zijn, hoe hoger de cognitieve complexiteit.
Hoewel vaak wordt gedacht dat je onderaan de ladder (of piramide) moet beginnen, is dat niet verplicht; de niveaus schrijven geen vaste volgorde voor waarin je ze moet behandelen. Wel is het zo dat reproductie van kennis in de meeste gevallen nodig is voordat je op een hoger denkniveau kunt functioneren.
De zes gedragsniveaus: meetbaar en concreet
Binnen de toetspraktijk van Teelen is gekozen voor een variant van de zes niveaus van Bloom die extra gericht is op meetbaarheid in toetsen:
- Reproduceren: Het letterlijk kunnen weergeven van informatie (in plaats van ‘onthouden’, omdat dit beter meetbaar is).
- Verklaren: In eigen woorden uitleggen wat iets betekent (in plaats van ‘begrijpen’, voor een scherpere definitie).
- Toepassen: Kennis gebruiken in een nieuwe of specifieke situatie.
- Analyseren: Informatie ontleden en verbanden leggen.
- Evalueren: Een oordeel onderbouwen of kritisch naar iets kijken.
- Creëren: Elementen samenvoegen tot een nieuw, origineel geheel
Van leerdoel naar de juiste vraagvorm
Met een toets meet je in feite of de kandidaat de leerdoelen beheerst. Het kiezen van een taxonomieniveau helpt je direct bij het bepalen van de juiste vraagvorm voor je toets:
- Gesloten vragen: deze passen met name bij de niveaus reproduceren en verklaren.
- Open vragen: deze passen beter bij de complexere denkniveaus zoals toepassen, analyseren, evalueren en creëren.
Synoniem woorden
Behalve de hoofdcategorie woorden van Bloom, zijn er synoniem woorden die gebruikt worden binnen de Taxonomie van Bloom. Deze alternatieve werkwoorden helpen bij het formuleren van leerdoelen, toetsvragen en opdrachten op het juiste cognitieve niveau.
Waarom zou je de taxonomie van Bloom gebruiken?
Het werken met deze taxonomie biedt een aantal grote voordelen:
- Handvat bij formuleren van vragen. Het stimuleert je om niet alleen vanuit de inhoud te denken, maar ook vanuit het gewenste gedragsniveau van de kandidaat.
- Balans in je toets. Je voorkomt dat al je toetstermen per ongeluk op hetzelfde (vaak te lage) niveau blijven hangen.
- Duidelijke opbouw. Je kunt een logische leerlijn aanbrengen door de complexiteit van de toetsing over verschillende leerjaren heen te verhogen.
- Gemeenschappelijke taal. Het creëert een eenduidig begrippenkader voor docenten, toetsconstructeurs, toets- en examencommissies, wat de onderlinge communicatie een stuk makkelijker maakt.
Door bewust met de taxonomie van Bloom aan de slag te gaan, krijg je meer grip op de kwaliteit van je toetsen en help je je kandidaten om op het juiste niveau te presteren.
Samenvattend
Het gebruiken van de taxonomie van Bloom:
- helpt om typen vragen in een toets te ordenen;
- helpt om evenwichtige toetsen te maken (niet alleen op reproductie!);
- draagt bij aan het verhogen van de validiteit van je toets;
- maakt zichtbaar op welk niveau kandidaten de stof moeten beheersen;