Onderscheidend vermogen van een vraag: wat is dat eigenlijk?

Elke toets wordt afgenomen met een doel. En hoe verschillend die doelen ook kunnen zijn, uiteindelijk gaat het om het maken van onderscheid:

  • tussen leerlingen die iets onder de knie hebben en leerlingen die moeten worden bijgespijkerd;
  • tussen studenten met voldoende kennis en vaardigheden voor een studie en studenten die beter iets anders kunnen kiezen;
  • tussen bestuurders die veilig de weg op kunnen en bestuurders die eerst nog eens goed moeten studeren op de verkeerstheorie.

Het doel van vrijwel iedere toets is dus: meten welke kandidaten de leerstof beheersen of een vaardigheid bezitten en welke kandidaten niet. Met de uitslag op een toets kan een rangorde worden vastgesteld in het niveau van de kandidaten, van goed naar zwak.

Onderscheidend vermogen van een vraag: Rit-waarde

Met het onderscheidend vermogen van een vraag bedoelen we de mate waarin de vraag de goede kandidaten van de zwakke kandidaten scheidt.

Een veel gebruikte maat voor het onderscheidend vermogen van een vraag is de rit-waarde. Deze waarde kan na een toetsafname worden berekend en ligt altijd tussen –1,00 en +1,00. Een hoge rit-waarde betekent dat veel kandidaten met een hoge toetsscore het item goed hebben beantwoord. Veel kandidaten met een lage toetsscore hebben het item fout beantwoord.

Een item met een hoge rit-waarde draagt relatief veel bij aan de betrouwbaarheid van de totale toets. Een lage of zelfs negatieve rit-waarde doet het omgekeerde: het maakt de toets onbetrouwbaarder. Bij een negatieve rit-waarde beantwoorden vooral de zwakkere kandidaten de vraag goed, hetgeen natuurlijk erg onlogisch en niet gewenst is.

Interpreteren

Een matige rit-waarde betekent vrijwel altijd dat er iets mis is met de toetsvraag. De goede kandidaten worden bijvoorbeeld in de war gebracht door de formulering van een afleider, of zwakke kandidaten kunnen het juiste antwoord beredeneren zonder dat ze de leerstof beheersen.

 

rit-waarde itembeoordeling
0,40 en hoger zeer goed
0,30 tot 0,39 goed
0,20 tot 0,29 twijfelgeval, voor verbetering vatbaar
0,19 en lager slecht, bij een volgende afname niet meer gebruiken

Wat nu?

Wat kun je in de praktijk doen met de informatie over het onderscheidend vermogen van een vraag?

  • Je kunt op basis van de rit-waarde van een vraag, in combinatie met de informatie over de moeilijkheid, besluiten om de vraag na afname (maar voor het verstrekken van de uitslag) niet mee te rekenen in de uitslag.
  • Je kunt de informatie ook gebruiken om een vraag voor een volgende toetsafname aan te passen.
  • Van een vraag met een goed onderscheidend vermogen kun je voor een volgend toetsmoment juist een nieuwe variant ontwikkelen!

Er zijn nog geen reacties geplaatst

Reactie plaatsen?

Wilt u iets kwijt na het lezen van deze blog? Laat hieronder een reactie achter.