Constructievoorschrift voor gesloten vragen: St-2

Constructievoorschrift St-2: De stam mag maar één probleemstelling of vraag bevatten

Kwaliteitseis: Efficiënt/Specifiek

Voor de kandidaat is een vraag met twee problemen of vraagstellingen vaak verwarrend. Bovendien bestaat er een kans dat de kandidaat de ene helft van de vraag wel kan beantwoorden en de andere helft niet. Met een dubbele vraag wordt de kennis van de kandidaat dan niet efficiënt gemeten. Ook een vraag die bestaat uit twee stellingen kan daarom beter worden opgesplitst in twee juist/onjuistvragen. Let op: Opgesplitste vragen zijn soms afhankelijk (de ene vraag geeft het antwoord op de andere vraag weg). De twee vragen kunnen dan niet in één en dezelfde toets worden gebruikt.

Hoe het niet moet:
Vraag: Een schoonmaker in een apotheek legt een aantal doosjes met medicijnen op een plank die hij zojuist met een natte doek heeft afgenomen. Het vocht trekt hierdoor in het doosje en de medicijnen worden onverkoopbaar.
Dit is een voorbeeld van:
A. gebrek aan kennis van medicijnen waardoor criminele derving ontstaat
B. gebrek aan kennis van medicijnen waardoor niet-criminele derving ontstaat
C. onzorgvuldigheid waardoor criminele derving ontstaat
D. onzorgvuldigheid waardoor niet-criminele derving ontstaat (*)

Er wordt in één vraag zowel gevraagd naar de oorzaak van de derving als naar de vorm van de derving. Het is beter om de vraag te splitsen in twee vragen die elk één probleem van de oorspronkelijke vraagstelling toetsen.

Hoe het wel moet:
Vraag: Een schoonmaker in een apotheek legt een aantal doosjes met medicijnen op een plank die hij zojuist met een natte doek heeft afgenomen. Het vocht trekt hierdoor in het doosje en de medicijnen worden onverkoopbaar.
Wat is de oorzaak van deze derving?
A. een verkeerde schoonmaakmethode
B. gebrek aan kennis van medicijnen
C. onzorgvuldigheid (*)


en

Een schoonmaker in een apotheek legt een aantal doosjes met medicijnen op een zojuist met een natte doek afgenomen plank. Het vocht trekt hierdoor in het doosje en de medicijnen worden onverkoopbaar. Van welke vorm van derving is hier sprake?
A. criminele derving
B. niet-criminele derving (*)

Nieuwsgierig geworden naar de overige constructievoorschriften? Blijf ons dan volgen op Twitter of LinkedIn. Vanzelfsprekend kunt u ook gelijk het boek bestellen! Ga dan hier direct naar onze webshop.