Constructievoorschrift voor gesloten vragen: Sl-2

Constructievoorschrift Sl-2: De sleutel mag niet het meest gespecificeerde of langste alternatief zijn

Kwaliteitseis: Specifiek

Dit constructievoorschrift heeft sterk te maken met Sl-2. Het is van belang dat de sleutel en de afleiders onderling vergelijkbaar zijn, om de kandidaat geen onbedoelde aan-wijzingen voor het juiste antwoord te geven.

Hoe het niet moet:
Vraag: Wanneer spreekt men van een shock?
A. als de patiënt een tekort heeft aan zuurstofrijk circulerend bloed in de bloedsomloop (*)
B. als er sprake is van veel bloedverlies
C. als men niet meer aanspreekbaar is en in coma dreigt te raken

De formulering van de sleutel is het meest formeel en medisch, waaruit kandidaten kunnen afleiden dat dit het juiste antwoord is. De alternatieven beantwoorden de vraag vanuit verschillende invalshoeken: vanuit de patiënt (A), in het algemeen (B) en vanuit ‘men’ (C). Het is beter om alle alternatieven vanuit dezelfde invalshoek te formuleren.

Hoe het wel moet:
Vraag: Wanneer spreekt men van een shock?
A. als de patiënt een tekort heeft aan zuurstofrijk circulerend bloed in de bloedsomloop (*)
B. als de patiënt in korte tijd veel bloedverlies heeft geleden
C. als de patiënt niet meer aanspreekbaar is en in coma dreigt te raken

Nieuwsgierig geworden naar de overige constructievoorschriften? Blijf ons dan volgen op Twitter of LinkedIn. Vanzelfsprekend kunt u ook gelijk het boek bestellen! Ga dan hier direct naar onze webshop.